Leven en opleiding
James Cook werd op 7 november 1728 in Marton, een dorpje vlakbij het Engelse Middlesbrough, geboren. Hij was het vijfde kind van Thomas Cook, een landbouwer, en zijn vrouw Grace Pace. Hoewel de meeste informatie over zijn jeugd ontbreekt, wordt aangenomen dat hij in Marton begonnen is met zijn basisonderwijs. Later verhuisde hij naar Londen om werk te vinden als captain-cooks.nl leerling op een schip.
Op 21 september 1746 ging Cook aan boord van de HMT Eagle voor een periode van ongeveer twee jaar, waar hij geleerd zou hebben alles over scheepvaart en navigatie. Zijn opleiding duurde echter niet lang en hij werd in oktober 1751 teruggeroepen naar Engeland door gebrek aan capaciteiten.
Carrière
Na zijn herintrede op de Britse marine begon Cook zijn carrière als onderofficier. Hij maakte verschillende expedities, waarvan sommige zeer succesvol waren en andere mislukten. In 1757 stond hij op het punt om tot commandant te worden bevorderd vanwege zijn grote ervaring, maar deze verwachting werd verijdeld toen een collega de promotie kreeg.
Tegelijkertijd begon Cook zich echter meer met astronomische observaties bezig te houden. Hij ontwierp en bouwde verschillende navigatieinstrumenten die nog steeds gebruikt werden in zijn tijd.
In 1766, toen het Britse rijk merkte dat de meeste onbekende eilanden overzee waren veroverd door de Fransen, besloot men om een expeditie naar Oceanië te sturen. Zowel Cook als Tobias Furneaux kregen hiervoor opdracht. Daarnaast had James Clerke ervaring in de waterweg geërfd van zijn vader en was hij ook bekend met het navigeren langs schotels.
Reis naar Hawaï
De Britten stuurden een expeditie van vier oorlogsschepen, onder commando van Cook zelf. Zijn doel was om de ontdekkingen van kapitein James Clerke op te volgen en eventuele nieuwe eilanden in Oceanië te verkennen.
Op 26 mei bereikte hij het Hawaïse eiland Nuku Hiva, dat verder bekend staat als de „Lange Rivier“ of de „Eilande van de Goudvis“. Hier was hij niet verwelkomd door de inheemse bewoners en hij moest een gewapende actie uitvoeren om veilig te kunnen blijven. Een ander eiland dat hij aandachtig bekeek, was het bekendste Eilande van Hawaï, Owhyee of Waimee.
In zijn eerste jaar onderzocht Cook drie van de vijf Hawaïse-eilanden en beschreeft in detail hoeveel voedingsstoffen er waren. De eilandgenoten konden alleen voedsel voor zichzelf opvoeden door middel van akkerbouw.
Cook nam daarnaast ook een aantal gegevens over de vlaggenswaaiende vaandel, zeker toen hij Hawaï verliet en richting Engeland zeilde. Hier was het echter niet zo makkelijk: de scheepskapitein maakte gebruik van zijn militaire krachten om in 1775 voor de kust te beginnen met een nieuwe expeditie, maar deze keer bleek hij overvleid door een zware storm.
Na vijf jaar uitgekeken te hebben op Hawaï en de andere eilanden aan het westelijke uiteinde van Oceanië bereikte Cook zijn doel. Zijn ontdekkingen hadden voorzien in de Britse expansie en breidden onverwacht de grens met zeeuwerkeinen uit.
De expeditie naar Tahiti
Na twee jaar aan land te hebben doorgebracht, werd het tijd geworden om verder te reizen. De commandant had een plan ontworpen voor een reis naar Oceanië: eerst zou hij de zuidelijke Atlantische oceanen oversteken en vervolgens naar Australië varen.
Op 25 juni kwam Cook aan op Tahiti, dat nog maar kort tevoren door de Fransen was veroverd. Hij keek met een andere ogen dan voorheen: toen hij eerder bij Tahiti aangekomen was, had hij geconstateerd dat er niet genoeg proviand was om alle schepen die op expedities werden gestuurd uit te rusten.
In de periode van twee jaar, tot eind 1774, bezocht Cook drie keer Tahiti. De zeehondpopulatie was zo groot dat het al snel werd vermoedt dat er een nieuwe stam in aanmerking kwam voor de onderneming met kwalificaties en bevoorrading van expedities.
In zijn latere reizen moest hij noodgedwongen bij de zuidelijke Atlantische Ocean vaar naar Australië om proviand op te halen. Alleen al dat onderdeel bleek zo een uitgebreid probleem: met zijn kennis van het gebruik van de navigatiesystemen die hij tijdens deze reis ontwierp had kunnen Cook de bestaande expedities in Oceanië omzeilen.
Eerste Britse expeditie
In 1774 was er sprake van een tweede reis naar Australië onder bevel van James Clerke. Echter, de man die nog het meest ervaring had opgedaan met zuidelijke expedities mocht niet mee omdat hij en zijn vrouw hun kinderen hadden laten achter in Engeland.
Er waren nu echter twee schepen waaruit de expeditie bestond en dus werd men tot een nieuwe reis naar Australië gedwongen. Dit was geen gewone tocht, want alle schepen van deze expeditie moesten onderweg stoppen bij Oceanië om proviand in te halen.
Op 22 oktober kwam de flottielje aan op Tasmanië en Cook nam aldaar een aantal gegevens inzake vlaggen over. Van hieruit voer hij naar Nieuw-Zeeland, dat hij had voorbereid om alle eilanden van Oceanië te bezetten.
Hij bereikte Tahiti in 1774 met nog maar één schip en twee jachten. De navigatie door de zuidelijke Atlantische Ocean bleek echter een moeilijke taak: het werd bijna niet meer mogelijk om dit stuk overzee te maken zonder hulp.
De expeditie was weliswaar onverwacht uitgekeken, maar had anderzijds ook laten zien hoe de scheepvaart zich ontwikkelde. Van de acht schepen die waren vertrokken was nu slechts drie erger teruggekomen: twee jachten en één schip van 80 meter lang.
Tweede Britse expeditie
In februari 1778 verliet Cook Australië richting Engeland. Tijdens deze reis maakte hij vier keer aanstalten om zijn zwaard op te hangen en had twee pogingen tot een stervende in zijn vaartuig gedaan, maar de navigatieinstrumenten waren voor het merendeel verloren gegaan.
Op 11 juli kwam hij weer aan bij Engelse kust. Hij was niet verwacht door de bevolking en was nu opnieuw in bezit van een stuk grond met al zijn eigendommen, waaronder zijn houten kapiteinsschip dat hem had geleverd.
Na zijn terugkomst werd Cook beloofd te worden benoemd tot Commandeur. Hij kreeg echter pas toestemming om opnieuw uit te varen naar Oceanië na een serie moeilijkheden met de marineautoriteiten en ook niet in naam van het koninkrijk maar als „ontdekkingsreiziger“. Van dit laatste gedeelte kwam hij pas later, toen hij had ontdekt dat de Britse regering hem benoemd had tot Commandeur.
Mijnbouw in Australië
Deze reis werd zijn voorlopige vertrek uit Oceanië. Hij zorgde ervoor dat alle schepen die onderweg waren naar Australië werden aangesloten, maar deze laatste was onverstandig om de op handen zijnde expeditie overzee te maken.
Op 29 augustus werd hij gekozen als Commandeur van een nieuwe expeditieschip. Hij voer nog twee weken rond Nieuw-Zeeland en in oktober kwam hij aan bij Australië, waar het zijn taak was om de mijnbouwindustrie in te richten.
Dit was echter een moeilijk karwei: er waren maar weinig mensen die wel eens van zuidelijke expedities hadden gehoord. Hij had nu dus één enkel schip met hemzelf, waarvan hij wist dat het bijna niet uit voldoende capaciteiten bestond om de tijdelijke vestiging in Australië veilig te stellen.
Belevenissen tijdens tweede reis
Cook’s eerste actie toen hij weer aankwam op zijn commandantenpost was de oprichting van een vertrouwelijke kamer bij het schip. Hier waren enige personen die als bevelvoerend over hem werden benoemd.
Nadat Cook een paar maanden bezig was om alles te organiseren kwam hij in juni aan bij New Guinea, waar men wist dat er geen mijnbouwindustrie bestond. Op dit eiland voerde de commandant de bescherming van de mynbouwerij op en begon met de bouw van een fabriek.
De expeditie was ondertussen in zee voor Australië aangekomen, maar hij moest nog twee keer stoppen om proviand in te halen. Toen zijn schip arriveerde bij Sydney Cove had men geen spoor van Cook of de andere bevelvoerend over hem.
Toch was er sprake van enige activiteit: op 17 mei werden de eerste mijnbouwbemiddelaars naar Nieuw-Zeeland gestuurd, waar men met succes in Australische mynen begon te graven. Op zijn retour naar Engeland kwam hij eerst nog aan bij New Zealand om het eiland onder ogen te krijgen.
Cook had voorafgaande enkele maanden tijd gehad om overzicht van de resultaten te hebben, die bleken verre afwijkend van wat men zich ervan verwachtte. Toen hij echter weer in Australië aankwam viel dit opmerkelijke verschil niet meer op.
Slachting aan de westelijke grens
Tijdens de latere reizen kreeg